Vluchtelingenopvang is volgens tegenstanders 'vragen om problemen', maar klopt dat?

vrijdag, 1 mei 2026 (15:35) - RTV Utrecht

In dit artikel:

Bij een protest in IJsselstein vorige week klonk de vrees dat vluchtelingenopvang onveiligheid zou veroorzaken. Onderzoek van Bureau Beke, uitgevoerd door Jos Kuppens in opdracht van gemeenten, laat zien dat die angst weliswaar begrijpelijk is maar vaak van tijdelijke aard. Direct na opening van een opvang daalt het gevoel van veiligheid bij omwonenden gemiddeld van een 8 of hoger naar ongeveer 6,5; in de daaropvolgende jaren herstelt dat cijfer in de zes onderzochte locaties meestal weer bijna naar het oorspronkelijke niveau.

Concrete voorbeelden tonen variatie. Zutphen heeft al tien jaar een groot azc met ruim 750 bewoners; recentelijk kreeg de situatie daar een 7,6 voor het veiligheidsgevoel. Druten lijkt qua schaal op het geplande IJsselstein (rond de 100 opvangplaatsen): 1,5 jaar na opening gaven omwonenden daar een 6,4, terwijl er slechts 16 klachten werden geregistreerd waarvan sommige niet aan asielzoekers gerelateerd waren. Eén veelvoorkomend probleem bleek een enkele bewoner die herhaaldelijk overlast gaf; hij werd overgeplaatst. Kuppens spreekt van een relatief beperkt aantal incidenten en één vastgesteld strafbaar feit in die locatie.

Er bestaan ook duidelijke tegenvoorbeelden. Ter Apel en Budel kenden significante overlast en criminaliteit, vaak gekoppeld aan groepen jonge mannen uit bijvoorbeeld Marokko en Algerije — de zogenaamde ‘veiligelanders’ — die weinig kans hebben op een verblijfsvergunning. Zulke incidenten, en zéér zichtbare zaken zoals de moord op de 17‑jarige Lisa, versterken negatieve percepties en kunnen draagvlak voor opvang snel ondermijnen.

In de provincie Utrecht zijn er ook voorbeelden van groeiende steun: in 2024 startten inwoners van Zeist een petitie om opvang van 300 Afghaanse vluchtelingen in Huis ter Heide te behouden. Leersum vangt al decennialang asielzoekers op en de problemen uit 2018 (gedoe rondom buslijn 50) werden volgens burgemeester Frits Naafs snel en zichtbaar opgelost, wat volgens hem cruciaal is voor het behoud van lokaal draagvlak.

Kuppens benadrukt dat heldere communicatie, directe meldpunten, snelle handhaving en terugkoppeling naar bewoners essentieel zijn. Gemeenten moeten goed luisteren en realistische afspraken maken over duur en aard van noodopvang. In IJsselstein erkent burgemeester Ester Weststeijn dat de gemeente bewoners eerder had moeten betrekken; politieke druk uit Den Haag versnelde de beslissing om snel noodopvang te openen.