Knettergekke asielwaanzin in IJsselstein: gemeente plempt azc midden op voetbalveld

vrijdag, 17 april 2026 (08:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

In IJsselstein heeft de gemeente besloten om tijdelijk noodunits voor ongeveer 100–150 asielzoekers op te zetten op het sportpark van voetbalvereniging IJFC, waardoor een kwart van het terrein niet meer beschikbaar is voor de club. Het besluit zou al definitief zijn genomen en werd pas achteraf aan het bestuur en omwonenden meegedeeld; voorzitter Remco Bloemheuvel zegt dan ook: "Wij wisten van niks" en benadrukt dat IJFC "op geen enkel moment vooraf betrokken" was.

Volgens Bloemheuvel en leden kwam het nieuws aan het einde van een regulier overleg; een vooraf klaarliggend persbericht wekte bovendien de indruk van meewerkende betrokkenen, iets waar het bestuur publiekelijk van afstand nam. De maatregel volgt volgens de gemeente op een dringend verzoek van het COA en de landelijke minister van Asiel en Migratie (in het artikel genoemd als Bart van den Brink, CDA).

De maatregel veroorzaakt veel onrust: IJFC telt ongeveer duizend leden en gebruikt delen van het terrein ook voor buitenschoolse opvang — "Dit is doordeweeks ook een buitenschoolse opvang", zegt een medewerker — waardoor zorgen bestaan over capaciteit, beschikbaarheid van velden en de veiligheid van kinderen. Omwonenden uiten eveneens boosheid en wantrouwen; een buurtbewoner wijst op het gemeentelijke slogangebruik ("We doen het samen") en twijfelt of de aangekondigde tijdelijke periode van zes maanden realistisch is.

Het bestuur noemt de gang van zaken onacceptabel vanwege het gebrek aan inspraak en ziet zich gedwongen vragen te beantwoorden over de gevolgen voor sportactiviteiten en buurtveiligheid. De oorspronkelijke tekst van het artikel voert een scherp kritische toon richting de landelijke en lokale overheden en roept op tot verzet en meer betrokkenheid van de gemeenschap en de pers.

Kort samengevat: in IJsselstein zijn noodopvangunits gepland op clubgrond van IJFC zonder voorafgaande betrokkenheid van de vereniging of buurt; dat leidt tot verontwaardiging over procedure, communicatie en potentiële impact op jeugd en buurtsportactiviteiten.