Anti-azc-partij wint fors, maar kan ze haar belofte waarmaken?
In dit artikel:
Bij de recente gemeenteraadsverkiezingen kwamen in tientallen gemeenten partijen die zich tegen de vestiging van asielzoekerscentra (azc’s) uitspreken als grootste uit de bus. In Den Haag leidde Hart voor Den Haag van Richard de Mos de winst naar zestien zetels; in Oldebroek won het Christelijk Verbond Oldebroek onder Tom de Nooijer. Deze lokale lijsten beloven vaak om nieuwe azc’s te blokkeren of bestaande centra te sluiten, een belofte die veel kiezers aanspreekt.
Juridisch staat zo’n verzet echter op gespannen voet met de landelijke spreidingswet. Die wet legt vast hoeveel asielzoekers gemeenten moeten opnemen en geeft het Rijk instrumenten om uitvoering af te dwingen. Migratierechtkenners wijzen erop dat gemeenten niet zelfstandig mogen beslissen om helemaal geen opvang te bieden; als een gemeente weigert mee te werken kan het Rijk alsnog ingrijpen. Een recent voorbeeld is Tubbergen, waar een voormalig staatssecretaris een locatie voor een azc aanwijst nadat lokaal verzet tevergeefs was.
Experts waarschuwen dat de strategie van anti-azc-partijen leidt tot onrealistische verwachtingen bij kiezers en tot spanningen tussen bestuurslagen. Als een gemeente bewust het Rijk tegenwerkt, kan dit de onderlinge verhoudingen en toekomstige samenwerking schaden: financiële steun voor lokale projecten of infrastructuur kan moeilijker worden wanneer het Rijk besluiten wil doordrukken. Interbestuurlijk toezicht — een zwaar middel waarbij het Rijk bestuurlijke bevoegdheden kan terughalen — ligt als laatste stap klaar en werkt vaak al als dreiging om gemeenten te bewegen.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten benadrukt dat de spreiding bedoeld is om de last eerlijk te verdelen en wijst erop dat er maandelijks honderden nieuwe asielzoekers bijkomen. Tegelijk erkent de VNG dat zorgen over opvang begrijpelijk zijn, maar stelt ook dat in de praktijk veel centra zonder grote problemen functioneren.
Als alternatief voor grootschalige locaties pleiten juristen en migratiedeskundigen voor kleinschaligere opvang, verspreid over meerdere plekken. Volgens hen worden kleinere locaties sneller geaccepteerd en ontstaan er minder maatschappelijke onrust dan bij één groot, zichtbaar azc. Samengevat: lokale verkiezingsuitslagen tonen sterke weerstand tegen azc’s, maar wettelijke kaders en politieke realiteit maken het voor gemeenten lastig om die weerstand volledig te vertalen naar beleidsresultaat — met mogelijke bestuurlijke en financiële consequenties als gevolg.